Dostan Cuando

De Pagiël-landgoederen

De mensen in Dostan Cuando leven voornamelijk van de landbouw. De geschiedenis van Dostan Cuando is uiteraard sterk verbonden met die van Banish. Banish is zo’n tien eeuwen geleden gesticht, waarschijnlijk als reactie op aanvallen van de Rotten, een gevreesde stam die plunderend rondtrok. De streek had toen nog geen naam of grenzen, en bestond uit akkerland en kleine dorpjes. Één van die dorpen begon langzaam in een stad te veranderen. Ongeveer 300 jaar geleden kwamen de Elven aan in het gebied. Aanvankelijk trokken ze Banish in, maar omdat ze niet zo van steden hielden vestigden ze zich er al snel buiten, en begonnen hun nieuwe landbouwmethoden los te laten op Dostan Cuando. Deze Elven groeiden uit tot grootgrondbezitters, en de streek werd het achterland van Banish. Op deze manier weten de Elven al eeuwenlang de rust van het platteland te combineren met de rijkdom van de stad.

Religie

De Pagiëls zijn Elven, dus zij zijn niet religieus. Zij geloven in vooruitgang en wetenschap. Onder de slaven in hun huishouden en de autonome boeren die in de streek wonen is de kerk van de Zevenenvijftig Profeten een veelvoorkomend geloof. Er zijn echter ook nog resten te vinden van een soort natuurgeloof met goede en kwade geesten. In de bossen rond het landgoed zelf komt in de kolonie van ex-slaven een geloof voor dat helemaal draait om Lenasta, de beschermprofetes van slaven en horigen. In hetzelfde bos en in de omgeving zwerven Waa Daa Faa-monniken, die een vegetarische ecologische meditatievorm aanhangen, die niet echt een godsdienst te noemen is.

Beroepen/dagelijks leven

Wat ongewoon is aan Dostan Cuando als streek, is het feit dat slavernij er in een beperkte mate is toegestaan. Het is een eeuwenoud gebruik dat in de streek zelf niet als afwijkend wordt gezien. Het betreft hier schuld- of strafslavernij voor een bepaalde tijd, vanuit het idee dat je mensen wel weg kan stoppen in een gevangenis, maar dat je daarmee het graan niet van het land krijgt. Overigens is slavernij officieel verboden in de rest van de bekende wereld, hoewel niet uit te sluiten is dat het wel voorkomt. Dostan Cuando leeft eigenlijk helemaal van de landbouw. De streek levert de meeste voedselproducten voor de nabijgelegen grote stad Banish, en bestaat uit grote boerderijen die door een rijke familie worden bestuurd. Op deze boerderijen werkt een mengeling van slaven en vrije boeren. Her en der op het land zijn dorpen waar ook veel aan handwerken wordt gedaan. Al met al is het leven in Dostan Cuando over het algemeen gemoedelijk, en zonder grootste gebeurtenissen: er is in eeuwen niet veel veranderd. De spannende wereldschokkende dingen gebeuren in Banish. De meeste boeren in Dostan Cuando moeten echter niet veel hebben van de stad en al haar nieuwerwetse fratsen.

Volkeren

De familie Pagiël en de andere hereboeren in de omgeving zijn rijke Elven. De boeren en slaven die op de landgoederen werken zijn voornamelijk mensen, meestal vrij eenvoudige lieden die boerendorpen hebben gesticht. In de omgeving zijn een aantal nomadische bendes Tesh actief, maar die zijn niet erg groot: Tesh zijn normaliter stadsbewoners. Bij de vele boerderijen in Dostan Cuando valt echter behoorlijk wat te halen, en de gelegenheid maakt de dief.

Wat deden de spelers hier?

De reizigers kwamen aan in de avond bij een dorp in Dostan Cuando. Ze namen deel aan de kampvuren en de jaarmarkt die daar plaatsvonden. Laat in de nacht vielen degenen die nog wakker waren in een diepe slaap. Toen ze wakker werden waren ze gevangengenomen, veroordeeld voor het schenden van een taboe op het slapen op een begraafplaats: het dorp van de afgelopen nacht bleek al eeuwen niet meer te bestaan. En straffen worden in Dostan Cuando over het algemeen afgekocht met schuldslavernij. De spelers konden dus voorlopig nergens heen. Het zag ernaar uit dat ze min of meer in de val waren gelokt door Ozan Nathaniel, een Elf uit Dostan Ylas wiens zoon door een aantal spelers was gedood. Hij wilde de spelers uitgebreid kunnen ondervragen, zodat hij uit kon zoeken wie de moordenaars waren. In de tussentijd deed hij ze cadeau aan zijn nieuwe vrienden, de rijke familie Pagiël. De spelers hadden het maar druk: ze moesten proberen te ontsnappen (of de Pagiëls op een andere manier bewegen om ze te laten gaan), Ozan van zich afhouden en erachter komen waar ze naartoe moesten gaan als ze vrij zouden komen. Bovendien moesten ze helpen om het huishouden te runnen, en de al bestaande orde van slaven en bedienden niet teveel door elkaar schudden. Uiteraard had de toename van het aantal slaven een dermate chaotisch effect dat de Pagiëls de reizigers al na een aantal dagen lieten gaan om de rust op hun landgoed te beschermen. De groep ging opgelucht op weg naar Banish: de grote stad waar ze zoveel over hadden gehoord.