De Sunanda (mensenvolk)

De woestijnen zijn het thuisland van de Sunanda, stammen van nomaden die leven van karavaanhandel (zout, goud, stoffen, slaven, rookwaar, dadels en wapens) en beperkte veeteelt in de oases. Omdat het leven in de woestijnen hard is en gericht op overleven, komt de cultuur van de Sunanda op andere volkeren vaak over als wreed en primitief, bijna gelijk aan een stam beesten. Zo is iedere stam gecentreerd rond een Hamashka, de man die zich qua kracht en intelligentie de meerdere heeft getoond van andere mannen. De Hamashka is niet alleen naamgever voor de stam, hij heeft ook altijd als eerste recht op voedsel, levensmiddelen en vrouwen.

Sunanda leven voornamelijk van vlees, omdat er in de droge landen weinig groente en fruit voor handen is. Naast vlees verzamelen ze honing van grondbijen en verwerken dit in uiteenlopende zoete lekkernijen, thee en melk. Het gebit van een Sunanda gaat over het algemeen dan ook maar een jaar of veertig mee. De Sunanda vereren Hamurabi, de stierengod. Hamurabi-mythen zijn verschrikkelijk populair en alle godsdienstige vereringen draaien dan ook om stieren (het kiezen en vereren van de heilige stier, het voorspellen van de toekomst uit de ingewanden van stieren en de riten van het bloed). Voor de Sunanda is het bloed (‘naamah’ oftewel ‘bron van het leven’) heilig. Het wordt (bij voorkeur warm) gedronken tijdens rituelen en rode kleurstof wordt gebruikt voor lichaamsversieringen, kleren en haren om het leven te eren. In de kleurige kleding, mantels en hoofddoeken (overigens lopen zowel mannen als vrouwen gesluierd) van de Sunanda voert ook rood de boventoon.

Ondanks hun schijnbaar nogal primitieve samenleving zijn Sunanda een ontwikkeld volk. Toch zul je ze vaak zien als schoonmakers, wasvrouwen en klusjesmannen in de grote steden ten Zuiden van de woestijnen.